‘Tranen afdrogen en doorgaan’

‘Tranen afdrogen en doorgaan’

Eugenie Mac-Nack (53) ‘Na mijn scheiding stond ik er alleen voor met 5 kinderen. Als de vaste lasten betaald waren, bleef er soms maar een paar euro over voor de rest van de maand. Dan moet je wel naar de Voedselbank. In het begin vond ik dat vreselijk. Ik schaamde me dood. Maar die schaamte, daar heb ik me al snel overheen gezet. Het belangrijkste was dat mijn kinderen gezond te eten kregen. Groente en vlees verdeelde ik in kleine porties en stopte ik in de diepvries. Zo zorgde ik dat er iedere dag vers eten op tafel stond.’

Afzwemmen voor een tientje
'Thuis had ik de kinderen niet veel te bieden. Om verder te komen in het leven, was het dus nodig dat ze veel activiteiten buitenshuis hadden. Zonder geld moet je dan wel creatief zijn. Een voorbeeld: ik wilde dat ze allemaal hun zwemdiploma haalden. Maar ja, weet je wat dat kost? Na wat speurwerk vond ik een zwemvereniging waar ze voor een tientje konden afzwemmen. Gelukkig ben ik niet bang om hulp te vragen. Misschien is dat wel m’n redding geweest. Toch was het heus niet altijd gezellig thuis hoor. De kinderen schaamden zich kapot dat ik naar de Voedselbank ging. ‘Die troep eten we niet!’, riepen ze dan. En als ik op internet nep-merkschoenen voor ze had gekocht, zeiden ze: ‘Ma, dit zijn toch wel échte hè?’ Haha. ‘Koekoek!’, riep ik dan. ‘Dat kunnen wij toch nooit betalen?’ Dan moest ik ze weer even met de beide benen op de grond zetten. Gelukkig ben ik van mezelf een optimistisch mens, maar natuurlijk zat ik ook weleens op de bank met een deken over mijn hoofd. Maar dan was het toch al snel: tranen afdrogen en doorgaan. De kinderen hadden alleen mij. Ik moest wel. Mijn trots en mijn kracht waren het enige wat ik ze kon geven.’

Schoenen met gaten
‘Ik weet wat het is om op te groeien in armoede. Mijn ouders zaten in de drugshandel. Toen ik 13 was, werd ik uit huis geplaatst. Mijn zusje en ik kwamen terecht bij mensen in Overvecht. Het geld dat zij voor ons kregen, besteedden ze aan hun eigen kinderen. Wij liepen op schoenen met gaten. In de winter deden we er boterhamzakjes omheen voor warme voeten. We gingen wel naar school, maar kregen geen boeken. Ondanks alle ellende was ik heel leergierig. Ik ging graag naar school en keek veel documentaires. Dingen wéten – dat was in die tijd mijn drijfveer. En dat is het nog steeds. Toen mijn kinderen groter werden, heb ik een MBO-opleiding maatschappelijk werk gedaan. Tijdens mijn stage bij het Buurtteam ging er een wereld voor me open. Ik ontdekte dat er in de stad heel veel hulp is voor gezinnen met weinig geld – allemaal voorzieningen waar ik nooit van gehoord had. Wat had ik dát graag geweten toen de kinderen klein waren. Een boekje zoals deze Wegwijzer had ons leven een stuk gemakkelijker gemaakt.’

Cirkel van armoede
‘Met mijn MBO-diploma op zak heb ik mezelf bij de universiteit aangeboden als deskundige op het gebied van armoede. Met succes. Bij het UMC zit ik nu in een onderzoeksteam en geef ik les over armoede en sociale uitsluiting. Ik heb een betaalde baan, die ik zelf heb gecreëerd. En mijn kinderen zijn allemaal goed terechtgekomen. De cirkel is doorbroken. De cirkel van armoede. De cirkel van slachtofffer zijn. Van blijven hangen in dingen. Je kunt eruit breken. Echt. Er zijn altijd mogelijkheden. Iedereen heeft kansen. Maar je moet ze wel pakken.’